home / verwijzen

   

Verwijscriteria gb-ggz en g-ggz

  

Waar wordt op gelet bij verwijzing?

Bij verwijzing naar de geestelijke gezondheidszorg (ggz) wordt gelet       op de volgende criteria:
● Vermoeden DSM-benoemde stoornis
● Ernst problematiek
● Risico 
● Complexiteit
● Beloop klachten
Aan elk criterium is een ‘waarde’ gegeven:

Vermoeden DSM-diagnose
-  Er is een vermoeden van een DSM-diagnose
-  Er is geen vermoeden van een DSM-diagnose, er is enkel sprake van          klachten.

Ernst problematiek
-  Subklinisch: er is wel sprake van klachten maar dit is onvoldoende om
   een diagnose te stellen. Ondanks het ontbreken van een diagnose
   kunnen de impact van de klachten op het dagelijks functioneren en de
   duur van de klachten reden zijn om gepaste hulp te bieden.
-  Licht: er is sprake van relatief weinig kernsymptomen maar dit is wel
   voldoende om een diagnose te stellen. De impact van de klachten op
   het dagelijks functioneren is beperkt. 
   De cliënt ervaart een zekere belemmering in het dagelijks functioneren.
-  Matig: de kernsymptomen behorend bij het ziektebeeld zijn aanwezig
   en daarnaast is er sprake van een aantal aanvullende symptomen.
   Er is sprake van waarneembare beperkingen in het dagelijks
   functioneren.
-  Ernstig: de meeste symptomen behorend bij het ziektebeeld zijn
   aanwezig. Er is sprake van uitval en/of substantiële beperkingen in het
   dagelijks functioneren (bijvoorbeeld niet kunnen werken).

Risico
-  Laag: er zijn ondanks de aanwezigheid van klachten/symptomen geen
   aanwijzingen die duiden op gevaar voor ernstige zelfverwaarlozing of
   verwaarlozing van naasten, decompensatie, suïcide, (huiselijk) geweld,
   kindermishandeling of automutilatie.
-  Matig: er zijn duidelijke klachten/symptomen of er is sprake van een
   latent gevaarsrisico, maar er staan beschermende factoren tegenover
   zoals: adequate coping, werk of structurele daginvulling en een
   steunsysteem waarop men dagelijks kan terugvallen voor toezicht,
   zorg, praktische en emotionele steun.
-  Hoog: er zijn duidelijke aanwijzingen (ook intuïtief) die kunnen duiden        op gevaar voor ernstige zelfverwaarlozing of verwaarlozing van naasten,    decompensatie, suïcide, (huiselijk) geweld, kindermishandeling of 
   automutilatie.

Complexiteit
-  Afwezig: er is sprake van een enkelvoudig beeld.
-  Laag: er is weliswaar sprake van comorbiditeit of problematiek op
   As 2 (persoonlijkheid), As 3 (somatische factoren) of As 4 (psychosociale
   en omgevingsproblemen), maar deze interfereert niet met de
   behandeling van de hoofddiagnose.
-  Hoog: er is sprake van ingewikkelde comorbiditeit of problematiek op
   As 2, 3 of 4 die om gespecialiseerde behandeling vraagt door een
   vrijgevestigd psychotherapeut of behandeling binnen een
   gespecialiseerde setting.

Beloop klachten
-  De duur van de symptomen beantwoordt (nog) niet aan de criteria uit de
   DSM richtlijn voor het betreffende ziektebeeld.
-  Er is sprake van aanhoudende/persisterende klachten. Eerdere
   interventies hebben onvoldoende effect bewerkstelligd.
-  De duur van de symptomen beantwoordt aan de criteria uit de DSM
   richtlijn voor het betreffende ziektebeeld.
-  Er is sprake van recidive.
-  Er is sprake van stabiele chronische problematiek, niet crisisgevoelig.
-  Er is sprake van stabiele chronische problematiek, crisisgevoelig.
-  Er is sprake van instabiele chronische problematiek.

Aan de hand van bovenstaande criteria worden cliënten in grote lijnen als volgt verwezen:

Verwijzing naar de g-ggz is aan de orde bij:
een hoog risico en/of hoge complexiteit bij vermoeden van een DSM-benoemde stoornis. De ‘score’ op andere criteria is in die gevallen niet doorslaggevend.

Begeleiding door huisarts en poh-ggz is aan de orde bij:
(d.w.z. geen verwijzing naar de gb-ggz of g-ggz)
-  geen vermoeden van DSM-benoemde stoornis; of
-  vermoeden DSM-benoemde stoornis, maar daarbij is de ernst licht of
   subklinisch, het risico laag, de complexiteit afwezig en de duur (beloop)
   van de symptomen beantwoordt (nog) niet aan de criteria uit de richtlijn
   voor het betreffende ziektebeeld; of
-  stabiele chronische problematiek, niet crisisgevoelig en met een laag
   risico.

In alle andere gevallen ligt verwijzing naar de gb-ggz voor de hand.