Verwijscriteria gb-ggz en s-ggz - Spectrum Psychologie & Psychotherapie
deskundigheid, kwaliteit, professioneel handelen, beroepsvereniging, beroepscode, klacht bespreken, klacht indienen en afhandelen, therapeut Dronten, therapeut Biddinghuizen, therapeut Swifterbant, therapeut Zeewolde, therapeut Lelystad
16827
page-template,page-template-full_width,page-template-full_width-php,page,page-id-16827,page-child,parent-pageid-16776,bridge-core-2.2.5,ajax_updown,page_not_loaded,,side_area_uncovered_from_content,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-21.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.2.0,vc_responsive,elementor-default
 

Verwijscriteria gb-ggz en s-ggz

Bij verwijzing naar de geestelijke gezondheidszorg (ggz) wordt gelet op een aantal criteria.

Waar wordt op gelet bij verwijzing?


Bij verwijzing naar de geestelijke gezondheidszorg (ggz) wordt gelet op de volgende criteria:

  • Vermoeden DSM-benoemde stoornis
  • Ernst problematiek
  • Risico
  • Complexiteit
  • Beloop klachten

Aan elk criterium is een ‘waarde’ gegeven:

Vermoeden DSM-diagnose


  • Er is een vermoeden van een DSM-diagnose;
  • Er is geen vermoeden van een DSM-diagnose, er is enkel sprake van klachten.

Ernst problematiek


  • Subklinisch: er is wel sprake van klachten maar dit is onvoldoende om een diagnose te stellen. Ondanks het ontbreken van een diagnose kan de impact van de klachten op het dagelijks functioneren en de duur van de klachten reden zijn om gepaste hulp te bieden.
  • Licht: er is sprake van relatief weinig kernsymptomen maar dit is wel voldoende om een diagnose te stellen. De impact van de klachten op het dagelijks functioneren is beperkt. De cliënt ervaart een zekere belemmering in het dagelijks functioneren.
  • Matig: de kernsymptomen behorend bij het ziektebeeld zijn aanwezig en daarnaast is er sprake van een aantal aanvullende symptomen. Er is sprake van waarneembare beperkingen in het dagelijks functioneren.
  • Ernstig: de meeste symptomen behorend bij het ziektebeeld zijn aanwezig. Er is sprake van uitval en/of substantiële beperkingen in het dagelijks functioneren (bijvoorbeeld niet kunnen werken).

Risico


  • Laag: er zijn ondanks de aanwezigheid van klachten/symptomen geen aanwijzingen die duiden op gevaar voor ernstige zelfverwaarlozing of verwaarlozing van naasten, decompensatie, suïcide, (huiselijk) geweld, kindermishandeling of automutilatie.
  • Matig: er zijn duidelijke klachten/symptomen of er is sprake van een latent gevaarsrisico, maar er staan beschermende factoren tegenover zoals: adequate coping, werk of structurele daginvulling en een steunsysteem waarop men dagelijks kan terugvallen voor toezicht, zorg, praktische en emotionele steun.
  • Hoog: er zijn duidelijke aanwijzingen (ook intuïtief) die kunnen duiden op gevaar voor ernstige zelfverwaarlozing of verwaarlozing van naasten, decompensatie, suïcide, (huiselijk) geweld, kindermishandeling of automutilatie.

Complexiteit


  • Afwezig: er is sprake van een enkelvoudig beeld.
  • Laag: er is weliswaar sprake van comorbiditeit of problematiek op As 2 (persoonlijkheid), As 3 (somatische factoren) of As 4 (psychosociale en omgevingsproblemen), maar deze interfereert niet met de behandeling van de hoofddiagnose.
  • Hoog: er is sprake van ingewikkelde comorbiditeit of problematiek op As 2, 3 of 4 die om gespecialiseerde behandeling vraagt door een vrijgevestigd psychotherapeut of behandeling binnen een gespecialiseerde setting.

Beloop klachten


  • De duur van de symptomen beantwoordt (nog) niet aan de criteria uit de DSM richtlijn voor het betreffende ziektebeeld.
  • Er is sprake van aanhoudende/persisterende klachten. Eerdere interventies hebben onvoldoende effect bewerkstelligd.
  • De duur van de symptomen beantwoordt aan de criteria uit de DSM richtlijn voor het betreffende ziektebeeld.
  • Er is sprake van recidive.
  • Er is sprake van stabiele chronische problematiek, niet crisisgevoelig.
  • Er is sprake van stabiele chronische problematiek, crisisgevoelig.
  • Er is sprake van instabiele chronische problematiek.

Aan de hand van bovenstaande criteria worden cliënten in grote lijnen als volgt verwezen:

Verwijzing naar de s-ggz is aan de orde bij:


  • Een hoog risico en/of hoge complexiteit bij vermoeden van een DSM-benoemde stoornis. De ‘score’ op andere criteria is in die gevallen niet doorslaggevend.

Begeleiding door huisarts en poh-ggz is aan de orde bij:


(d.w.z. geen verwijzing naar de gb-ggz of s-ggz)

  • geen vermoeden van DSM-benoemde stoornis; of
  • vermoeden DSM-benoemde stoornis, maar daarbij is de ernst licht of subklinisch, het risico laag, de complexiteit afwezig en de duur (beloop) van de symptomen beantwoordt (nog) niet aan de criteria uit de richtlijn voor het betreffende ziektebeeld; of
  • stabiele chronische problematiek, niet crisisgevoelig en met een laag risico.

In alle andere gevallen ligt verwijzing naar de gb-ggz voor de hand.

Call Now Button